Schadevergoeding bij uitstel planning

Toegevoegd op | Door Stephan Wiegman & Erikjan Tijms

Inleiding

Deze editie onderstrepen we het belang van een goede planning en wat het schuiven in de planning voor gevolgen kan hebben. De rechtbank geeft in deze uitspraak duidelijk aan of sprake kan zijn van een vergoeding aan de voorlopig gegunde partij, indien de aanbestedende dienst (lang) wacht met de ingangsdatum van de overeenkomst en de voorlopig gegunde partij hierdoor schade oploopt. 

De casus

Het proces wordt gevoerd tussen de Klaassengroep B.V. (hierna: Klaassengroep) uit Dinxperlo en de gemeente Werkendam (hierna: gemeente). De gemeente heeft op 27 januari 2016 een nationale niet-openbare aanbesteding gepubliceerd voor realisatie van een multifunctionele accommodatie in Werkendam, inclusief de installatiewerkzaamheden. Na de selectieprocedure en loting, was Klaassengroep een deelnemer die werd verzocht een inschrijving te doen.  

In afwijking van de UAV 2012 werd opgenomen dat aanvang van het werk zou zijn de datum van gunning, mits de juiste omgevingsvergunning zou zijn afgegeven. Inschrijver moest wel een gedetailleerd werkplan inleveren. Het gunningscriterium was laagste prijs. Klaassengroep had ingeschreven met de laagste prijs á € 5.229.000,00, exclusief BTW. 

De gemeente heeft een navraag gedaan op 18 mei 2016 en Klaassengroep verzocht inzicht te bieden in de kosten voor de installaties. Op 6 juni verstuurt de gemeente de voorlopige gunning. Op 14 juni stuurt Klaassengroep de gemeente bericht dat zij alvast enkele technische gegevens wenst te ontvangen ter voorbereiding op de uitvoering van het werk na de definitieve gunning. Op 22 juni overlegt de gemeente met Klaassengroep over mogelijke bezuinigingen in het werk. Op 27 juni smeekt Klaassengroep bij de gemeente om de overeenkomst (lees: definitieve gunning), want langer wachten zou desastreuze gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van Klaassengroep; onderaannemers waren reeds gecontracteerd en die gaan nu naar andere klussen, terwijl de prijzen oplopen en buiten de offerte van Klaassengroep gaan. Op 28 juni reageert de gemeente door aan te geven dat sprake is van een bezuiniging van € 150.000,00 en dat die post reeds was vermeld in de nota van inlichtingen. Daarbij geeft de gemeente aan dat het definitieve gunningsproces in werking is gezet, maar nog niet is afgerond. 

Op 30 juni vindt een opstartbespreking plaats, op 1 juli stuurt de gemeente vijf bezuinigingsvoorstellen naar Klaassengroep. Op 6 juli reageert Klaassengroep dat, ongeacht de bezuinigingsvoorstellen, nog steeds niet duidelijk is of gestart kan worden met de uitvoering van de opdracht. Daarbij geeft Klaassengroep aan dat er schade is ontstaan door levertijden die uitlopen en prijzen die verhoogd zijn. Tevens wordt opgemerkt dat de gestanddoeningstermijn van de offerte is verstreken. De gemeente reageert dezelfde dag met een korzelig bericht dat er gestart kan worden met de uitvoering en dat dit bij de opstartbespreking reeds was aangegeven. De laatste week vertraging ligt dus aan Klaassengroep en de gemeente ziet nog graag even reactie op de bezuinigingsvoorstellen. Die voorstellen stuurt Klaassengroep op 8 juli retour gemeente en voegt op die lijst een aantal posten voor verlate start aanvang opdracht.  

Partijen bespreken op 15 juli de bezuinigingsvoorstellen. Hierover wordt nog enkele malen over en weer bericht. Uiteindelijk stuurt de gemeente een brief met de definitieve gunning op 22 juli 2016 aan Klaassengroep voor het werk á € 4.970.867,38 exclusief BTW. Klaassengroep is het daar niet mee eens en dagvaart de gemeente in een vordering tot betaling van (de resterende) € 197.854,76 vermeerderd met rente en kosten.

Het probleem

Klaassengroep stelt zich op het standpunt dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij op 23 mei 2016 definitief gegund zou krijgen. Uiteindelijk is de definitieve gunningsbeslissing ontvangen op 22 augustus 2016. Dankzij de verlate definitieve gunning is sprake van wijziging in de aanbesteding en veranderingen in het bestek (programma van eisen), waardoor Klaassengroep schade lijdt ten hoogte van € 138.518,91 exclusief de (schade) van meerkosten voor het inhuren van een andere onderaannemer ad € 57.335,91. Volgens Klaassengroep heeft de gemeente de precontractuele trouw[1]geschonden.  

Het oordeel van de rechter

De rechtbank geeft aan dat de uitleg van dit geschil ‘objectief’ moet gebeuren. Dat betekent dat er gekeken wordt naar wat in de stukken staat en dan gevonnist wie, in redelijkheid, gelijk heeft. Bij de planning in de aanbestedingsstukken is opgenomen dat de datum van definitieve gunning, 23 mei 2016, een streefdatum betreft. Daarbij staat in de stukken dat de gestanddoeningstermijn van de offerte 50 dagen is, gerekend na einde termijn indienen offerte en dat het tijdstip aanvang werk gelijk ligt aan het moment van definitieve gunning. 

De rechtbank oordeelt dat Klaassengroep op basis van het voorgaande niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat de definitieve gunning plaats zou vinden op 23 mei 2016, of op welke andere datum dan ook. Niet is gebleken dat de handelswijze van de gemeente, zoals hiervoor toegelicht, heeft bijgedragen aan een eventueel gerechtvaardigd vertrouwen van Klaassengroep. De gemeente mocht uitgaan van de gestanddoeningstermijn van de offerte van maximaal 50 dagen. De redelijkheid en billijkheid staat in dit geval niet toe dat Klaassengroep recht heeft op een schadevergoeding.

De posten meerwerk, opgevoerd door Klaassengroep, in de offerte omdat het werk later startte, zijn door de gemeente van de hand gewezen en maken daarom geen deel uit van de offerte van Klaassengroep, waardoor deze niet doorberekend kunnen worden aan de gemeente. Had de gemeente deze post ‘meerwerk’ aanvaard, dan had Klaassengroep zijn inschrijving gewijzigd. Had de gemeente dit toegestaan, had iedere inschrijver dit recht moeten krijgen. Immers zou anders het gelijkheidsbeginsel geschonden worden. Volgens het UAV, dat onbetwist van toepassing is, geldt dat een dergelijke bestekwijziging, zoals de latere definitieve gunning en derhalve latere aanvang van het werk, is te kwalificeren als meerwerk en kan in de uitvoering van de opdracht worden verrekend met opdrachtgever. Ware het niet dat de UAV was werking heeft bij sluiting van de overeenkomst. Op het moment van sluiting van de overeenkomst gelden voorgaande wijzigingen in het bestek niet. Verrekening kan dan niet. 

Conclusie

Aan de planning kunnen geen rechten worden ontleend. Vorige zin is essentieel. Met die zin in de aanbestedingsstukken, geeft dat ruimte tot schuiven in de planning, zonder gebonden te zijn aan schadevergoeding. Dat de schade bij de voorlopig begunstigde inschrijver kan oplopen tot twee ton, hebben we gezien. Toch hoeft de gemeente geen schade te betalen, want er was geen sprake van schade. De gemeente mocht de definitieve gunning uitstellen, hier moest Klaassengroep rekening mee houden dat dit kon gebeuren. Sprake van meerwerk of meerkosten is er dan niet, want de uitvoering van de opdracht is nog niet gestart. Kosten gemaakt voor definitieve gunning, ook na wijziging planning, zij voor rekening van inschrijver en voorlopig begunstigde inschrijver.  



[1]Dit leerstuk laat zich als volgt samenvatten: opdrachtnemer mag er in bepaalde gevallen op vertrouwen dat er een overeenkomst tot stand komt met opdrachtgever, indien in de fase voor sluiting van die overeenkomst dit vertrouwen gerechtvaardigd wordt gewekt door, bijvoorbeeld, bepaalde uitingen van opdrachtgever.