Faillissement van hulpmiddelen leverancier: Toeval of gevolg?

Toegevoegd op | Door Coppa

Het is onvermijdelijk om de eerste (financiële) gevolgen van de coronacrisis in Nederland te zien. De eerste restaurants, kappers, maar ook leveranciers sluiten hun deuren. Daarbij kan je afvragen of dit een gevolg van de coronacrisis is of dat het de laatste druppel in een al volle emmer is. Het is dus goed om kritisch te blijven kijken naar de situatie achter een faillissement, alleen dan kan je je hoofd koel houden in deze turbulente tijden. Neem het voorbeeld Hulpmiddelencentrum dat vrijdag 3 april j.l. failliet is verklaard. Voordat goed ingezoomd kan worden op de case is het belangrijk te weten wat de impact van de coronacrisis is op de Wmo en specifiek de hulpmiddelenbranche.

Hoge onkosten, weinig marge en bescheiden reserves

De coronacrisis biedt een ware uitdaging voor veel organisaties in de maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Zorgaanbieders hebben vaak hoge onkosten in de vorm van loon voor zorgprofessionals, kleine marges en een bescheiden reserve. De huidige situatie waarin fysiek contact drastisch beperkt moet worden ten behoeve van de volksgezondheid leidt tot een sterke afname van zorg die geleverd kan worden, wat zorgt voor een (fikse) afname in omzet. Nu een deel van de omzet mogelijk wegvalt, moeten de zorgaanbieders hun al bescheiden reserves inzetten. Zeker wanneer alleen daadwerkelijk geïndiceerde en geleverde zorg betaald word (dit staat immers in de meeste overeenkomsten tussen gemeenten en zorgaanbieders). Door verschillende experts wordt een oproep gedaan voor doorbetaling zoals door Ben Bugter & Tim Robbe met hun Continuïteit Convenant. Dit ten behoeve van de huidige uitdaging: het garanderen van de continuïteit van zorg en zorgorganisaties. Maar hoe zit het dan met de hulpmiddelenbranche?

VNG: “De hulpmiddelenbranche behoort tot de cruciale beroepsgroepen en vervult een vitale rol in de zorgketen.”

Gemeenten kunnen hun aanvragen van hulpmiddelen en woningaanpassingen gewoon door laten gaan, ook reparaties kunnen uitgevoerd worden. Wat de continuïteit van financiering betreft zijn er afspraken gemaakt tussen het Rijk en de VNG. Samenvattend worden overduidelijke meerkosten ten gevolge van de coronacrisis (voortkomend uit de RIVM maatregelen) vergoedt. Het Rijk zal deze extra kosten van gemeenten aan zorgaanbieders vergoeden (meer informatie). Tevens wordt vanuit diverse gemeenten of regio’s gewerkt aan een regeling met betrekking tot bevoorschotting op basis van de normale indicaties en omzet of wordt daar al uitvoering aan gegeven en laat een landelijke richtlijn hopelijk niet lang op zich wachten.

Daarmee rijst de vraag of deze hulpmaatregelen te laat komen voor het Hulpmiddelencentrum, of speelde er voor de crisis al uitdagingen, kortom is het Hulpmiddelencentrum het slachtoffer van de coronacrisis?

De laatste druppel in een al volle emmer

Ongeacht inspanningen heeft het Hulpmiddelencentrum, leverancier van meer dan 100 gemeenten, vrijdag 3 april j.l. faillissement aangevraagd. Het Hulpmiddelencentrum verkeerde al maanden in liquiditeitsproblemen, gemeenten begonnen zich terug te trekken en leveranciers van onderdelen wilden niet meer leveren. Donderdag 2 april j.l. kreeg het Hulpmiddelencentrum nog een ‘rode kaart’  van de gemeente Utrecht die erg ontevreden was over de flinke vertraging waarmee leveringen en reparaties gepaard gingen. Dit zou betekenen dat de gemeente Utrecht minstens drie maanden geen diensten af zou nemen van het Hulpmiddelencentrum.

Het faillissement lijkt een gevolg van langdurige uitdagingen voor het Hulpmiddelencentrum. Dat neemt niet weg dat er snel actie nodig is voor de vele zorgaanbieders in het Sociaal domein.

Grip op je leveranciers en het voorkomen van ‘rode kaarten’ ontstaat door het maken van duidelijke afspraken en gedegen contractmanagement. Wil je meer informatie over inkoop en contractmanagement in het Sociaal domein? Neem dan contact met ons op via info@coppa.nl.